26/01/2010
intro
6

De Keyzer in Congo

Magnum fotograaf Carl de Keyzer trok tien maanden door Congo. Tot eind mei kan je naar zijn tentoonstelling Congo (Belge) in het Fotomusem van Antwerpen.

Carl de Keyzer, één van de vier Belgische Magnum fotografen, stelt zijn nieuwe exhibitie Congo (Belge) nog tot mei tentoon in het Antwerpse fotomuseum. Hiervoor verbleef hij tien maanden lang in het vroegere Zaïre. Gelukkig voor ons vond hij wat tijd om zijn reisverhaal uit de doeken te doen.

Je bent ondertussen al een paar keer in Afrika geweest. Heb je verschillen ondervonden tussen Congo en de rest van Afrika?
Carl: ‘Het verschil is dat je in Congo als blanke niet op straat kunt lopen met een fototoestel. Je moet maar honderd meter wandelen of je wordt al aangeklampt. Mensen beginnen met je te discussiëren en sleuren je zelfs bijna mee naar het politiekantoor. Ze probeerden me wijs te maken dat de vroegere president van Congo, Mobutu, een verbod op fotografie had ingeroepen toen hij aan de macht was en dat dat verbod nog steeds gold. Dat was natuurlijk niet waar, maar het wordt wel zeer sterk afgeraden te fotograferen. Er heerst nog steeds een erg bange sfeer, die afstamt van de Koude Oorlog. De mensen zijn bang voor spionage en inmenging in het staatsbeleid. Ze kunnen zelfs lichtelijk agressief optreden als ze je met een fototoestel zien rondlopen.’


 

Als fotograferen zo’n heikel punt was, ben je dan naar je gevoel wel in je opzet geslaagd?
‘Ik ben tevreden. Ik heb een aantal hele goede foto’s maar ik heb er zoveel meer niet kunnen nemen. Ik ben in Congo vaak de meest fantastische plaatsen tegen gekomen, waar ik uiteindelijk niet mocht fotograferen. Ik ben bijvoorbeeld bij een oude Belgische kazerne geweest in Oost-Congo. Het was een prachtig gebouw: blauw geverfd en nog helemaal intact. Er waren veel ornamenten en de militaire gebouwen stonden vol met tanks. Boven op een grote rots stond er een oude, koloniale villa. Op dat moment zat de kolonel op zijn terras in zijn uniform. Dat was een prachtig zicht! Ik was daar met een ngo die niks met militairen te maken wilden hebben, dus nam ik me voor een andere keer terug te komen. Ik kwam terug met een moto-taxi over de enige weg door het oorlogsgebied. Ik wist dat er militairen verstopt zaten in de struiken en me elk moment konden tegenhouden. Maar ik ben er gelukkig toch heelhuids geraakt. Aangekomen kwam er een vrouw in uniform op me afgewandeld. Ze was de assistente van de kolonel. Ze vertelde me dat hij nog sliep en ik dus even moest wachten. Na twee uur kwam de kolonel uiteindelijk naar buiten, in zijn pyama. Hij was heel vriendelijk en behulpzaam, maar verbood me wel om foto’s te maken. Het militair gebouw bevond zich namelijk heel dicht tegen de Rwandese grens, waar het rebellenleger van Nkunda op de loer lag. Het gebied waar ik me bevond was geheim en moest zo blijven. Een paar maanden later, toen ik terug in België was, las ik in de krant dat Nkunda hen wel gevonden had en met zijn leger was binnengevallen.’

Merk je nog veel van het koloniale verleden in Congo?
‘Enorm veel tot mijn grote verbazing. Ik ben opgegroeid met Kuifje in Congo, maar dacht dat die export van België in Congo een afgesloten tijdsperk was. Toch waande ik me vaak in Vlaanderen. Er staan nog enorm veel koloniale gebouwen. Meer dan dat er in België zelf staan. Het is wel een Vlaanderen waar een atoombom op gevallen is, veel gebouwen zijn beschadigd. Deze zijn niet, zoals in de andere Afrikaanse landen, vernietigd na de onafhankelijkheid. Ze zijn gewoon kapot gegaan doordat ze niet onderhouden werden. België moet wel een hele sterke indruk hebben achtergelaten. Het hele democratische systeem is ook nog steeds Belgisch en zelfs het Frans dat ze spreken is nog hetzelfde als wat wij in de jaren 50 spraken.’
 


 

Op bovenstaande foto staan de watervallen van Lufira. Hier ontsnapte je aan een boa constrictor.
‘Ik wilde er een foto maken van de watervallen. Ik logeerde bij een projectleider van een ngo die naast de watervallen woonde. Hij had een soort van Indiana Jones-hutje met tenten, zeilen en apen op stokken. Het zag er echt heel bizar uit, net of we op een filmset beland waren (lacht). Naast zijn hut stond een huis waar wij in mochten slapen. De projectleider vertelde ons dat we ’s nachts niet naar buiten mochten. Dan kwamen de slangen namelijk allemaal naar de watervallen om te drinken. Toch moest ik ’s nachts heel dringend plassen en waagde het erop om een kijkje te nemen buiten. Ik kon niks voor ogen zien en het lawaai van de watervallen was oorverdovend dus heb ik binnen maar in een fles geplast. Toen ik ‘s morgens op stond, merkte ik een spoor op voor mijn deur. Dat kwam helemaal van de watervallen. De projectleider vertelde mij dat dat het spoor van een boa constrictor was. Ze gingen onmiddellijk op pad om het beest te vangen omdat het een hele gevaarlijke slang is en die daar dus niet mocht blijven. Gelukkig maar dat ik niet buiten gebleven was!’

Heb je iets geleerd van je verblijf in Congo?
‘Ik heb geleerd dat ik een echte gelukzak ben. Ik heb gezien in Congo dat je echt heel laag kan zakken voor je aan de grond zit. Wij hebben het hier heel goed, en dat vergeten we allemaal wel eens. Nu, het is goed om kritisch te zijn. Maar wij klagen te veel. Ik heb de voorbije dertig jaar heel veel cadeaus gekregen, waar ik dan ook heel dankbaar voor ben.’

Meer over deze tentoonstelling lees je in Gratis & Voor Niks en meer informatie over Carl de Keyzer vind je op www.carldekeyzer.com.


© tekst: Shannah Jongstra
© foto's: Shannah Jongstra en Carl de Keyzer



 
comments
Shannahstatus

Dankjewel!!

(door Shannah om 18:40 op 27 januari 2010)

Leenstatus

Knap gedaan, je bent echt supergoed bezig Shannah!

(door Leen om 22:26 op 26 januari 2010)