Is rockfotograaf Rob Walbers de Vlaamse Anton Corbijn? Voor RifRaf fotografeerde hij alvast de grote popsterren der aarde. Maar er is meer. Japan lonkt.
Fotograaf Rob Walbers (28) vertrekt in januari naar Osaka in Japan om zich over te geven aan een land waar ze nog nooit van hem gehoord hebben. Na enkele studies die hij nooit afmaakte en zelfs een half jaar bandwerk, kwam hij dankzij een tentoonstelling van zijn grote voorbeeld Guy Kokken tot het besef dat hij fotograaf wilde worden. Hij studeerde met succes fotografie aan de Karel de Grote-Hogeschool. Hij verhuisde van zijn geboortedorp Overpelt naar Antwerpen en ging als freelancer aan de slag bij bladen als RifRaf, Knack, Knack Weekend, Jobat en enkele uitgevers van boeken. Voortaan zullen zij het dus met minder of geen foto’s van Rob Walbers moeten doen, ‘maar er staan toch minstens twintig andere fotografen te wachten die minstens even goed zijn’.
Voor sommigen ben je de nieuwe, Vlaamse Anton Corbijn. Waarom wil je plots alles achterlaten en opnieuw beginnen?
'Ik ben hier nu vijf jaar bezig en ik heb het gevoel dat ik goed bezig ben. Ik heb nog niet alles gedaan wat ik kan doen in België, maar het werd tijd voor iets nieuws. Ik ga niet zeggen dat ik bang ben van zekerheid, want ik ben ook bang van onzekerheid. De drang om naar het buitenland te vertrekken is er altijd geweest en zal er waarschijnlijk ook altijd zijn. Oorspronkelijk wilde ik met mijn ex-vriendin in New York gaan wonen. Telkens opnieuw werd dat uitgesteld omdat het voor mij of voor haar een slecht moment was. De laatste maanden is mijn leven echter behoorlijk veranderd. Er komen steeds nieuwe wendingen en ik heb veel nieuwe ideeën.'
Creatieve boost
Waarom wil je naar Osaka?
'Elk jaar maakte ik samen met mijn ex-vriendin en een paar vrienden één of twee grote reizen. Deze keer liep er een vroegboekactie naar Japan. Ik heb niet lang getwijfeld want ik voelde me wel aangetrokken tot de cultuur, de kitsch en de drukte. We trokken er twee weken langs de grootsteden. Op een feestje ontmoette ik onder andere punker Vinny. Toen we terugkeerden, lieten het land en mijn belevenissen me maar niet los. Een lopend project liep spaak en ik besloot een week later al terug te keren. Ik wilde Vinny een week lang gaan volgen en er een fotoreportage van maken. Ik heb ook portretten gemaakt van mensen met tatoeages.'

Hoe ver sta je intussen met de voorbereidingen van je grote oversteek?
'Ik ben via een immokantoor op zoek naar een appartement in Osaka , maar uiteindelijk zal ik ter plekke moeten beslissen. Osaka is trouwens een pak minder druk dan bijvoorbeeld Tokio. Daar ben je constant omgeven door een mensenmassa en lichtreclames. Ik vergelijk Osaka met Antwerpen, Tokio met Brussel.'
Wat trekt jou aan in grootsteden?
'Ik krijg er altijd een creatieve boost. Steden inspireren me. In Antwerpen ben ik eerder uit praktische overwegingen gaan wonen: vanuit Overpelt ben je altijd uren onderweg en ik moet nu eenmaal vaak de baan op voor mijn werk. Maar in Antwerpen is er ook altijd wat te doen. In Overpelt valt er niks meer te beleven als je om elf uur ’s avonds nog zin hebt om naar buiten te gaan.'
On hold
Wat wil je in Japan bereiken?
'Ik denk er voorlopig niet teveel over na en laat het wat op me afkomen. Ik wil niet de kleine jongen zijn die het in het buitenland wil gaan maken. Ik heb tijdens mijn reis ook al wat contacten gelegd. Ik leerde een meisje kennen dat Engels praat. Ik vermoed dat zij een erg belangrijke rol zal spelen. Daarnaast ontmoette ik ook een fotograaf. Ik kan bij hem altijd terecht, maar hij zal natuurlijk geen opdrachten aan me afstaan. Ik kan bovendien steeds terugkeren naar België als het niet loopt zoals ik gehoopt had. Ik zal dan wel terug vanaf een heel laag niveau moeten beginnen want er staan al zeker twintig fotografen te wachten die minstens even goed zijn als ik.'
Wat gebeurt er met je werk voor magazines als RifRaf, Knack en Knack Weekend?
'Dat moet ik tijdelijk on hold zetten. Voor sommige bladen had ik echt het gevoel dat het goed liep en dan is het natuurlijk een moeilijke keuze. Hoewel ik wel ga proberen om toch af en toe nog wat materiaal aan te brengen. Het valt allemaal af te wachten.'
Hoe ben je bij RifRaf terechtgekomen?
'Toen ik in mijn laatste jaar fotografie aan de Karel De Grote-Hogeschool in Antwerpen zat, ben ik op een dinsdagnamiddag bij RifRaf langsgegaan met mijn portfolio. Dat stelde op dat moment nog niet veel voor. Toch mocht ik de dag erna al een portret maken van Mauro Pawlowski. Dat verscheen bovendien op de cover van die maand. RifRaf vormde zeker en vast één van de belangrijkste schakels in mijn carrière. Dankzij hen heb ik heel wat contacten kunnen leggen met platenmaatschappijen en artiesten. Zonder hen stond ik nooit zo ver als ik nu sta.'
Kleine cd-winkel
Waarom koos je muziekfotografie?
'Ik ga erg vaak naar concerten en mijn auto is een kleine cd-winkel. (lacht) Mijn eindwerk tijdens mijn studies draaide ook rond muziekfotografie. Ik wilde korter bij de artiesten komen en voelde dat er meer was dan gewoon in de zaal tussen het publiek te staan. Ik wilde het livegevoel ook na het concert vasthouden. Bovendien is een concert een totaal andere beleving als fotograaf dan als publiek. Je let niet enkel op de muziek, maar ook veel meer op het visuele aspect. Als de belichting slecht is, vind ik het concert vaak ook maar niks. Als ik een concert echt wil zien, dan laat ik mijn camera thuis.'
Hoe nauw is het contact met de artiesten die je fotografeert?
'Als ik een concert fotografeer krijg ik vaak maar enkel de eerste drie nummers de tijd om een foto te maken. Soms geven de organisatoren zelfs bewust heel weinig licht. Het lijkt wel alsof ze willen voorkomen dat fotografen op hun kap geld verdienen. Maar tijdens optredens is er dus nooit rechtstreeks contact met de muzikanten. Bij portretten is dat anders. Voor internationale groepen krijg je vaak vijf minuten om je foto te maken, en dan hou je je enkel bezig met uit te leggen wat je van plan bent. Bij Belgische groepen heb je al eens de tijd om vooraf nog iets te gaan drinken. Zij hebben je naam misschien al eens gehoord. En als ze al aan hun derde album toe zijn vertrouwen ze je wat meer.'
Je staat vooral bekend als muziekfotograaf, maar beschouw je dat ook zelf als je hoofdactiviteit?
'Eigenlijk niet. (twijfelt) Ik ben een fotograaf, die deels muziekfotografie doet. Maar portretten maken voor Knack en Knack Weekend vind ik bijvoorbeeld minstens even interessant.'
Is er al ooit een opdracht misgelopen?
'Commerciëlere muziek is vaak visueel gericht en is dus ook makkelijker te fotograferen. Alternatieve concerten zijn een pak moeilijker. Ik heb ooit één opdracht afgebeld. Dat was bij The Gutter Twins. Ze hebben de reputatie niet graag op foto te staan en er was amper licht. Tool maakt het ons ook vaak heel moeilijk. Ze spelen zonder belichting en staan achteraan op het podium voor een videowall. Als het je tegen hun zin toch lukt om een mooie foto te nemen, dan is de voldoening wel erg groot.'
© tekst: Wim Vandonck, foto's: Rob Walbers