Hoofdredacteur Filip Saerens maakt na twintig jaar ups en downs de balans op van het gratis muziekblad.
Terwijl heel wat magazines kopje onder gaan, ligt het Vlaamse muziekblad RifRaf net als twintig jaar geleden nog altijd elke maand gratis in de rekken. We vroegen ons af of het blad deze crisis heelhuids doorstaan heeft en we gingen te rade bij hoofdredacteur Filip Saerens.
Enkele jaren geleden ruilden ze met kostenbesparing in het achterhoofd het grote Antwerpen voor kleine broer Mechelen. Ze zetelen nu in de benedenverdieping van een klein huisje met roze raamkozijnen, vlakbij de Lamotsite. Aan het grote raam hangen covers van enkele edities van RifRaf. Binnen is het warm en huiselijk. Grote foto’s van de jonge beloftevolle fotograaf Rob Walbers sieren de muren. Ik krijg een cola aangeboden en besluit voor mezelf dat het hier wellicht een pak minder zakelijk aan toe gaat dan op andere redacties.
Editors komen dankzij hun nieuwe cd de laatste weken heel wat aan bod in wereldberoemde muziekbladen, maar ook RifRaf wist in oktober een interview te versieren. Hoe krijgen jullie dat voor mekaar?
'Dat is gewoon een kwestie van geluk hebben. De platenmaatschappijen organiseren voor de release van een album vaak een persdag. Editors vinden België blijkbaar belangrijk, want ze gaven heel wat interviews. Is een band bereid twaalf gesprekken te voeren, dan zijn we er zeker bij. Geven ze er maar twee, dan is de keuze snel gemaakt: HUMO en Focus Knack. Vroeger durfden we ons al eens boos maken als ons een interview geweigerd werd. Die mentaliteit is intussen veranderd. Zulke bands komen toch al uitgebreid aan bod in alle andere media, dus dan hoeven wij niet de zoveelste te zijn die hen op de cover plaatst.'
Een klein wonder
Een ander verschil is dat jullie elke maand voor niets in de rekken liggen. OOR, één van die bladen die Editors aan het woord laten, kost 6,50 euro.
'Feit. En dat is een zeer bewuste keuze. De filosofie erachter is dat jongeren al alles moeten betalen: cd’s, concerten, cinema, gadgets enzovoorts. Wij vonden dat de informatie op z’n minst gratis kon zijn. We hebben er nooit aan gedacht die formule te veranderen. Momenteel hebben we een oplage van 20 000 in Vlaanderen en 15 000 voor de Waalse versie. De vraag is maar of we nog 5000 exemplaren verkocht krijgen als we ons publiek laten betalen. Tegelijk zakken ook meteen de advertentie-inkomsten. En dan moet je ook nog denken aan de promotie: zelfs voor een plaats op de toonbank in de krantenwinkel moet je extra betalen. Een aantal collega’s hebben de stap wel gewaagd en zij hebben hun zaak kunnen opdoeken.'

Hebben jullie nooit op de rand van een faillisement gestaan?
'Jawel, het is een klein wonder dat we nog steeds bestaan. Toen mijn voorganger Carlo Wauters hier nog werkte, wilde hij bijvoorbeeld een Nederlandse versie van RifRaf oprichten. Hij vertrok daarvoor naar Utrecht, waar hij een redactie uit de grond stampte. Uiteraard happen adverteerders niet meteen toe en wachten ze af of het blad een succes wordt. Zo hebben we dat een jaar volgehouden zonder veel advertentie-inkomsten. Nederlandse adverteerders hebben gewoon niet de neiging reclame te maken in een van oorsprong buitenlands blad. Toen zijn we er maar mee gestopt. Dat avontuur heeft natuurlijk een enorme financiële put achtergelaten.'
Compleet onafhankelijk
Kunnen jullie dan geen beroep doen op subsidies?
'Onze aanvragen zijn keer op keer met de belachelijkste argumenten afgewimpeld. De ene keer vonden ze dat ons blad puur commercieel was, omdat er advertenties instaan van cd’s die we ook recenseerden. Voor mij is het dan meteen duidelijk dat ze ons blad niet kennen en het dossier niet gelezen hebben. Een andere keer vroegen we subsidies aan omdat we een volledig katern wilden wijden aan Belgische muziek. Het antwoord luidde dat we het maar op een website moesten zetten, dan kostte het ons niets. Ze verwachten blijkbaar ook dat we de geschiedenis van de popmuziek bespreken, want dat heeft volgens hen meer waarde dan wat interviews met bandjes. Het grote voordeel nu is natuurlijk dat we compleet onafhankelijk zijn en dat we schrijven over wat wij zelf goed vinden.'
En dan kwamen jullie maar naar Mechelen.
'Ja, ook die beslissing kwam er om onze uitgaven wat te drukken. In Antwerpen hadden we erg hoge vaste kosten. We zaten in een oud gebouw: enkele beglazing en verwarming met stookolie. Bovendien zaten we met z’n tweeën in een kantoor waar we ooit met zes werkten. Ik woon zelf in Mechelen en heb twee kinderen die ik hier elke dag van school moet halen. Mieke Deisz, mijn collega die instaat voor onder andere de facturatie en advertentiewerving, is alleenstaand. Zij was dus erg flexibel. Ik ben toen in Mechelen beginnen zoeken en botste op dit pand. De kosten bleken een pak lager en dus besloten we het oude gebouw te ruilen voor het gelijkvloers van dit gezellige rijhuisje. Het is erg fijn dat we nu in de binnenstad zitten: de Lamotsite en de Vismarkt zijn hier maar een paar stappen vandaan. In Antwerpen zaten we immers in een buitenwijk. Bovendien was het oude gebouw een dokterspraktijk, waardoor we twaalf jaar achter melkglas hebben gezeten en niet naar buiten konden kijken. Het is toch prettig dat we nu kunnen zien wat voor weer het is. (lacht)'
Plaat van het jaar
Zijn jullie intussen weer financieel gezond?
'Dat is veel gezegd. Op drie jaar tijd is onze schuldenberg in elk geval gehalveerd. Met wat geluk zijn we er na drie jaar weer bovenop en kunnen we eens een stap vooruit zetten. Want als je voortdurend met overleven bezig bent, blijf je ter plaatse trappelen. Voor de nabije toekomst denken we momenteel vooral aan een compleet nieuwe website die dagelijks wordt geüpdatet.'
Intussen lag RifRaf er wel elke maand, waardoor de teller nu al op zo’n 2200 interviews en 24 000 recensies staat. Ken je werkelijk alles wat verschijnt?
'Nee, absoluut niet. Vroeger stuurden platenfirma’s ons maandelijks 40 lp’s. Toen recenseerden we alles wat in onze handen kwam. Nu komen er elke maand zeker 400 cd’s binnen en moeten we een selectie maken. Vaak leg ik een cd op, skip ik heel wat tracks, waarna ik het album opstuur naar de gepaste redacteur. Soms gebeurt het wel dat een plaat onopgemerkt mijn handen passeert, terwijl één van onze medewerkers ze omschrijft als ‘plaat van het jaar’. Dan word ik natuurlijk erg benieuwd en wil ik de cd zo snel mogelijk beluisteren.'
Nieuwsgierigheid opwekken
Op welke manier worden de redacteurs beloond voor hun werk?
'Al onze redacteurs werken als vrijwilliger. Om te beginnen mogen ze de platen die ze recenseren houden. Daarnaast leggen ze hier bij RifRaf een enorm portfolio aan waardoor ze meteen een streepje voor hebben wanneer ze gaan solliciteren. De ervaring die ze hier opdoen, is niet te onderschatten. Heel wat medewerkers zijn intussen doorgegroeid naar De Standaard, Focus Knack, Gazet Van Antwerpen en zelfs programmator van de Brusselse AB. Het doet altijd enorm deugd als een vrijwilliger plots kan gaan leven van zijn pen.'
Na twintig jaar moeten er hier al een pak vrijwilligers gepasseerd zijn. Heeft dat geen invloed op het karakter van het blad?
'De enige bewuste verschuiving kwam er toen we enkele jaren geleden overstapten van krantenpapier naar glossypapier. We moesten toen om drukredenen het pagina-aantal inkrimpen en kozen ervoor om genres als metal, hardcore en punkrock achterwege te laten. Heel wat andere bladen behandelen immers al exclusief deze genres. In de beginjaren schreven we ook meer over blues, folk en classic rock; de genres voor veertigplussers, zeg maar. Onze dada is nu pop, rock, dance – van minimal tot dubstep – en zwarte muziek als hiphop. Centraal idee is dat onze cover voornamelijk nieuwsgierigheid moet opwekken. We belichten in RifRaf de bands en artiesten die wij goed vinden. Daarna is het aan de lezer en moeten ze zeker zelf eens gaan luisteren op het internet. Met wat geluk hebben ze iets leuks ontdekt dankzij RifRaf. Vinden ze het bagger, dan is dat maar zo.'
RifRaf ligt elke maand in de betere platenzaken, muziekclubs, culturele centra, jongerencafés enzovoort. Je vindt hen ook op www.rifraf.be.
© tekst: Wim Vandonck, foto's: Bram Beeck