artikel 11/03/2010
intro
9

McBalthasar schrijft!

Mijn leven loopt niet altijd van een leien dakje. Als je dan overal een mening over hebt, wordt het best vermoeiend. Daarom verveel ik wekelijks de wereld.

McBalthasar en Erik over vrouwen:


“Val jij op een bepaald type vrouwen?”
Een vraag van Erik, Erik Vander Ven. Roerloos. Verwilderd. Ik had Erik ooit eens ergens ontmoet. Ik weet niet meer waar, niet meer waarom. Zo gaat dat nu eenmaal. We praten over vrouwen.
“Drie”
“Drie?”
“Ja, fijne bloedmooie poppetjes maar dan met een minimum aan verstand. Vrouwen met donkere huidskleur en iets chaotischere vrouwen. Wat verwilderd doch verzorgd. Maar altijd met bruin haar.”
“Negerinnen dus ook?”
“Tuurlijk, ik ken er wel maar twee. Eén ervan heb ik mogen bepotelen en beminnen. De andere is ongrijpbaar. Ja, ook ik kan bepaalde vrouwen niet krijgen. Ik heb één, mijn reputatie tegen en twee, ik ben zo saai als ochtendgras.”
“Vreemd, waarom?”
“Waarom wat?”
“Negerinnen.”
“Waarom niet?”
“Weet ik veel, gewoon.”
“Racist.”
Stilzwijgend kijken we nu voor ons uit. De stilte voor de storm. Bij mij althans. Erik zelf beseft het niet eens.
Nog één woord krijgt hij.
“Ik ben geen racist.” Alsof er beseft wordt dat er klappen gaan vallen. “Gewoon, negerinnen man.”
Doorgaans ben ik tolerant en vredelievend. Deze keer niet. Er belandt een rechtse tussen twee wenkbrauwen. Ik weet niet waarom, ik weet nooit waarom, zeker niet op zulkse momenten. Ik werp, met lichte spijt, een blik op het bloedend varken. Het blijft een vriend. Alle vrienden zijn hoe dan ook een deel van mezelf. Ik verdwijn. Althans voor Erik. Ik loop met mezelf mee, en Erik verdwijnt voor mij. Logisch, maar op dergelijke manier omschreven dat ik nu de ogen al zie herlezen. Tenminste van één lezer. Niet allemaal, zo geniaal durf ik mezelf niet te noemen. Zelfs niet geniaal voor mocht u mij arrogant beginnen te vinden. Ik liep gewoon van Erik weg. Dacht verder over vrouwen. Zocht bij de voorbijgangers een babe van de week en verviel in alledaagse gedachtegangen. Wat laat vrouwen in mijn ogen mooi zijn? Het haar? De ogen? De mond? De neus? De rondingen? God weet het, het is immers zijn werk. En, daar mogen we hem af en toe voor bedanken.
Ik hoor mijn eigen voetstappen maar ik hoor eveneens een strompelende Erik en zijn gebroken stem: “Sorry, man.”
“Flikker op”
“Jezus Tittyfucking Christ”
“Tuurlijk, donder nu op.”
“Tot morgen.”
Zoals zo vaak zie je elkaar snel na dergelijk dispuut. Zo gaat het nu eenmaal. Het leert de mens om stil te staan bij fouten en inbreuken op de tien geboden.

MB
 


 
comments