Kevin had enkel wat last van hoofdpijn en misselijkheid. Toch bleek er veel meer aan de hand te zijn. In oktober 2007 ontdekte Kevin dat hij nierpatiƫnt was.
Momenteel zijn er 300.000 Belgen van wie de nieren amper of helemaal niet meer werken. De meesten krijgen pas last op latere leeftijd, maar toch zijn er ook heel wat jongeren die met nierproblemen kampen. Kevin Van Leemputten (24) werd werfleider na zijn studies Bachelor Bouw. Ook hij is een van deze jongeren en doet speciaal voor Wereldnierendag zijn verhaal.
Wanneer zijn de problemen met je nieren begonnen?
‘De eerste keer dat ik er last van had, was in oktober 2007. Maar ik ben pas vier maanden later te weten gekomen wat ik had. Ik kreeg hoofdpijn en werd ’s ochtends misselijk voor ik iets gegeten had. Bij de eerste hoofdpijn dacht ik dat het kwam omdat ik ’s avonds teveel gedronken had, maar niet veel later kwam er dan het overgeven bij. Toen besloot ik om naar de dokter te gaan. Die stuurde mij onmiddellijk naar de spoedafdeling van het ziekenhuis. Ik heb toen tien dagen in het ziekenhuis gelegen, zonder meteen te weten waarom. Buiten wat hoofdpijn voelde ik mij alive and kicking.’
Maar er was duidelijk veel meer aan de hand.
‘Ja, mijn antilichamen hebben mijn nieren aangevallen. Hierdoor zijn ze helemaal verstopt geraakt en stopten ze met werken. Momenteel zijn mijn beide nieren defect en heb ik twee tot driemaal per week dialyse nodig, een niervervangende therapie. Mijn urineproductie is achteruit gegaan en daardoor worden afvalstoffen niet meer uit mijn lichaam verwijderd. De dialyse dient dan om mijn bloed te zuiveren.’
![]() |
Wat zijn de gevolgen hiervan?
‘Ik moet me aan een zwaar dieet houden. Zo moet ik opletten met zouten, fruit, groenten en melkproducten. Als ik teveel Kalium, Fosfor en zouten binnenkrijg, heeft dit een negatief effect op mijn lichaam. Na het eten van iets zouts krijg ik erg veel dorst, maar ik mag niet teveel drinken om dit dorstgevoel te lessen. Het vocht kan niet uit mijn lichaam. Als ik bijvoorbeeld tien liter drink, weeg ik ook echt tien kilo meer.’
Je hebt ook één van je sporten moeten opgeven door je ziekte.
‘Je nieren zorgen voor de zuurstofopname in je bloed. Maar bij mij is dat niet het geval en daardoor ben ik sneller moe en heb ik minder conditie. Ik heb dus moeten kiezen tussen de volleybal en de voetbal. Omdat ik een fistel in mijn arm heb, ben ik met volleybal gestopt. De fistel moet ervoor zorgen dat er een betere bloeddoorstroming is. Als daar een bal op terecht komt, is dat natuurlijk niet goed.’
Voetbal is toch een intensieve sport, is dit dan niet moeilijk?
‘Ik speel enkel nog mee met wedstrijden, aan de trainingen doe ik niet mee. Die dienen vooral om je conditie te trainen, maar dat heeft bij mij geen zin, want conditie moet je opbouwen. Als ik bijvoorbeeld enkele dagen mijn dieet niet volg, ben ik die alweer kwijt. Daarom speel ik enkel de match op zaterdag mee. Doorheen de week speel ik zaalvoetbal. Het is heel vreemd, maar vraag me niet om tien toeren rond het veld te lopen, dat kan ik niet meer. Maar als ik tijdens een wedstrijd in tien minuten twee maal achter de bal moet spurten, hou ik dat wel vol.’
Hoe combineer je dit dan met je werk?
‘Sinds januari kan ik terug voltijds gaan werken. Daarvoor moest ik iedere dinsdag- en donderdagnamiddag naar het ziekenhuis voor dialyse. Nu heb ik thuis een machine en kan ik zelf kiezen wanneer ik de dialyse doe. Ik regel dit altijd ’s avonds, zodat ik terug heel de dag kan gaan werken.’
Je staat al twee jaar op de wachtlijst voor een nieuwe nier. Hoe zijn de vooruitzichten?
‘Ze hebben mij verteld dat het gemiddeld twee tot drie jaar duurt voor een donornier gevonden wordt. Je moet eigenlijk heel veel geluk hebben. Het is een beetje zoals een lotje uit de loterij. Niet enkel moet er een nier beschikbaar zijn, ook de bloedgroep, de weefseltypering en andere parameters moeten overeenkomen. Ze geven de donornier dan een bepaalde score op tien. Hoe hoger de score, hoe groter de kans dat de dokter zijn goedkeuring geeft. Als dat gebeurt, moet je zo snel mogelijk naar het ziekenhuis komen.’
|
Wereldnierendag Een deel van deze nierpatiënten kan geholpen worden door een nierdonor, maar dat is bij de meesten niet het geval. In België staan er momenteel 850 mensen op de wachtlijst voor een nier. Jaarlijks vinden er tussen de 400 en de 500 niertransplantaties plaats. Sommige donornieren kunnen terug afgestoten worden door het lichaam, maar de meeste transplantaties zijn succesvol. Zo’n 95 tot 96 procent van de geopereerde nierpatiënten zijn na een jaar nog steeds getransporteerd. |
Lost de niertransplantatie alles op?
‘Nee, het kan even snel weer gedaan zijn. Er bestaat nog steeds een kans dat de nier afgestoten wordt. Op dat moment moet de nier zo snel mogelijk verwijderd worden. Als hij niet afgestoten wordt, kan ik terug min of meer een normaal leven leiden. Ik zal wel nog wat op mijn dieet moeten letten, bloedcontroles moeten doen en elke dag medicijnen moeten nemen. Maar ik zal tenminste weer normaal naar de wc kunnen gaan en terug meer eten waar ik zin in heb. Ik zal ook terug op een normaal niveau kunnen sporten.’
Hoe gaat zo’n niertransplantatie precies in zijn werk?
‘De donornier wordt langs de voorkant bij de andere nieren gestoken. Je behoudt je originele nieren zolang er geen ontsteking op komt. Er zijn bijvoorbeeld mensen bij wie de eigen nier groter wordt. Die nier moet dan verwijderd worden omdat deze drukt op andere organen. Sommige mensen hebben ook pijn in hun rug, maar daar heb ik eigenlijk nooit iets van gevoeld. Op dat gebied heb ik wel geluk gehad, want normaal gezien is een nierziekte veel pijnlijker. De meeste nierpatiënten komen zelfs het huis niet uit. Op dat gebied ben ik eerder een uitzondering.’
Is je kijk op het leven nu veranderd?
‘Ik ben eigenlijk alleen wat rustiger geworden omdat ik minder energie heb. Voor de rest is mijn visie op het leven niet echt veranderd. Mijn ouders waren in het begin ook aangedaan en in shock, maar intussen hebben ze de situatie geaccepteerd. Het overkomt je en je moet er gewoon door. Ik krijg veel steun van iedereen en dat is goed. Ik heb ook nog steeds een goed sociaal leven en ga nog altijd uit tijdens het weekend. Gewoon iets minder omdat ik nu sneller last heb.’
© tekst en foto’s: Lieze Gielens